Ervaringen van een starter
Ervaringen van een starter

Hans Janssens
Juni 1994


Als kersverse veertiger je eigen zaak beginnen, dat moet door de mid-life crisis komen. Je als onafhankelijk consultant voor management en informatica vestigen in het diepst van een recessie, dat vraagt een aan waanzin grenzende dosis optimisme. Maar als de zelfstandigheid je roeping is, dan is er geen alternatief, en is een aan waanzin grenzende dosis optimisme trouwens een conditio sine qua non. Aan de zelfstandigheid begin je immers met een alles-of-niets mentaliteit, of je blijft eraf. Wie eraan begint om het eens vrijblijvend te proberen, kan zich de moeite besparen.

Je hebt dus aandachtig geluisterd naar de adviezen van vrienden en kennissen, de Kamer van Koophandel, het NCMV (thans Unizo), het VEV, en de K.VIV. Je hebt gesproken met de handelsrechtbank voor het handelsregister, Belgacom voor een faxlijn, een aantal potentiële klanten, een paar verzekeringsmakelaars, de BTW en de fiscus. Kortom, je bent klaar om van wal te steken.

De administratieve kant van de zaak heeft weinig om het lijf. Boekhouders, notarissen en banken staan klaar om je te helpen, en je te overtuigen van het belang van een strikte scheiding tussen privé en zakelijk vermogen. Een paar weken later ben je inderdaad de trotse zaakvoerder van een nieuwbakken bvba. De boekhouder initialiseert netjes je balans met op het passief 250.000 BEF gestort kapitaal, en daartegenover op het actief 30.000 BEF oprichtingskosten voor de notaris en nog 220.000 BEF op de bank. Privé beschik je, zoals dat hoort, over een degelijk vangnet, onder de vorm van wat overgebleven spaarcenten, goed voor een jaar zonder inkomen.

De start is genomen, de teerling is geworpen, en daar ga je dan ... of liever, daar sta je dan. Had je verwacht dat de opdrachten uit de lucht komen gevallen? Natuurlijk niet, daarom immers heb je een degelijk business plan opgesteld om de administratieve, juridische, sociale en commerciële kanten van je onderneming te belichten.

Iedereen heeft zijn blinde vlek. Bij ingenieurs is dat dikwijls het commerciële. Daarom hoort in je business plan precies op het commerciële de meeste nadruk te liggen. Wat heb je te bieden, wat is je product, wie is je doelgroep en wie zijn je concurrenten? Hoe bouw je je netwerk uit?

Competitie ben je niet bang van, zozeer ben je overtuigd van je eigen superieure kwaliteit. Per slot van rekening denk je met meer dan 15 jaar ervaring in informatica en management echt wat te bieden te hebben. Bovendien, de markt is groot genoeg, er is meer dan voldoende vraag. Alleen mag je niet vergeten dat het niet evident is om je eigen verkoper te zijn, en dat er nauwelijks tijd voor prospectie is als een opdracht je voltijds bezighoudt.

Hard werken en ondernemingszin zijn nodige, maar geen voldoende voorwaarden voor succes. Kleine toevalligheden kunnen een groot verschil maken, en zelfs Murphy was een optimist. Je dacht toch niet dat je een opdracht binnenhaalt door honderd brieven te schrijven omdat de statistieken aantonen dat de gemiddelde consultant per kwartaal gemiddeld 98,72 brieven schrijft en gemiddeld 1,035 opdrachten uitvoert. Of dat je 10 contracten per jaar kan tekenen omdat het zo in je business plan staat. Ach, wat is papier geduldig!

Ben je allergisch aan boekhouders, en kan je optellen en aftrekken, dan ben je klaar voor de charme van het eigenhandig voeren van je boekhouding. Gaat prachtig, gewoon met een spreadsheet. Dagboek, grootboek, proefbalans, saldibalans, eindbalans en resultatenrekening. Debet links, en credit rechts. Heerlijk! Maar er loert gevaar. Je eigen boekhouding doen vraagt immers tijd, tijd die je misschien beter aan commerciële activiteiten zou besteden.

Je hoort en leest de succesverhalen over veelal goedbetaalde kaderleden die hun job opgeven, of moeten opgeven, en hun eigen zaak beginnen, en je droomt van succes en roem. De realiteit is anders, zeker de eerste jaren. Gedaan met extra-legale voordelen, vijfsterrenhotels, business class en andere pseudo-glitter op kosten van de baas. In de plaats komen zorgen, stress en risico, om nog te zwijgen van de zestig-urige werkweek. Geen vast salaris meer, geen zekerheid, geen carrière, en wie weet, geen toekomst. Bij gebrek aan behulpzame secretaresse doe je zelf je tikwerk en zet je zelf je koffie, al is die dan wel beter dan de vroegere company standard brew.

Anderzijds ben je als zelfstandige voorgoed verlost van de soms opwindende maar meestal slopende politieke spelletjes eigen aan het bedrijfsleven. Kernfysici spreken in dit verband terecht van management guerilla dynamics.

Die zestig-urige werkweek is eigenlijk niet zo erg. Dat went wel, en uiteindelijk werk je voor jezelf. Wat veel moeilijker went, dat zijn de absolute uitersten in gemoedsgesteldheid die je doormaakt: van de hemelse vreugde over het binnengehaalde contract tot de doffe ellende van de verloren zaak. Er komen haast zeker perioden dat de business zo slecht gaat dat je de tijd doodt met het schrijven van artikelen over je belevenissen, en het lezen van die ultieme starterservaring: Kaas van de Willem Elsschot. (Had je dat maar gedaan vóór je eraan begonnen was.) De dag nadien rinkelt de telefoon en zit je weer op rozen.

"Wat zegt U, Mevrouw, dat mijn offerte aanvaard is? En of ik morgen eens langs kan komen om het contract te ondertekenen? Komt in orde, tot dan!"

"Vrienden, waar staat de de champagne?"


Willem Elsschot. Kaas. Antwerpen, 1933.
Ken Veit. The Reluctant Entrepreneur. In Harvard Business Review, november 1992, pp. 40-49.

Terug